THEO JENNISSEN FOTOGRAFIE

Kunst & kwantummechanica

Ha Jef, een paar opmerkingen die bij me opkwamen ihk van je betoog. Een aantal zaken die je noemde, heb ik links laten liggen. Ik wilde mij beperken tot kwantummechanica en kunst.

Op zoek naar enig houvast inzake de kwantummechanica kwam ik aan bij   https://www.youtube.com/watch?v=2mIk3wBJDgE  en https://www.youtube.com/watch?v=LW6Mq352f0E   en  https://www.youtube.com/watch?v=ZcpwnozMh2U . Niet dat ik daardoor iets van de K.M. begreep, maar ik begreep wel dat hoe meer ik het wilde begrijpen hoe minder ik het snapte. Dat is een gevaarlijke wetenschappelijke onderbouwing. Een onhoudbare zelfs. En toch de enig logische. Bij enig begrip van de K.M. is een behoorlijke dosis on-zin onontbeerlijk.

 

 

De K.M. zelf = het gedrag van het photon, dat zich immers bij waarneming (bij de dubbele spleet) gaat gedragen naar onze logica, nl als deeltje. 

Zonder die waarneming gedraagt het photon zich als golf terwijl het een deeltje is. AHA! Eigenlijk stelt de kwantummechanica de a-prioristisch in ons verstand aanwezige begrippen van ruimte en tijd en causaliteit opnieuw op de proef, en wel op dezelfde wijze als dat we vroeger moesten aannemen dat de aarde om onbegrijpelijke redenen om de zon draait en niet andersom… Al gauw begreep ik dat het begin van je betoog (dat je het jammer vindt dat je niets begrijpt van de kwantummechanica) de sleutel is van de rol van de kunstenaar. Ongetwijfeld ga je zodadelijk vertellen dat dat helemaal niet de sleutel van je betoog is geweest…

Als ik de K.M. toepas op de drie-eenheid kunstwerk – kunstenaar – toeschouwer, dan zie ik mogelijkheden (probabilities [Schrödinger]) tot beleving.

Maar wat is wat? Er is prake van: De dubbele spleet, photondeeltje, golf, waarnemer…

Mijn verbeelding zegt me dan het volgende: Het kunstwerk verandert constant van deeltje naar golf naar deeltje naar golf enz. Afhankelijk van waar  de camera staat opgesteld. Als de camera staat opgesteld bij de muur waar het interferentiepatroon (golf) van de photonen zich aftekent, is dat in mijn ogen dezelfde situatie als die waar de kunstenaar NIET aanwezig is. Het kunstwerk toont zichzelf dan in de ‘vorm’ van het interferentiepatroon van een golf terwijl het een deeltje is. Wanneer de camera staat opgesteld bij de dubbele spleet,  ontstaat de situatie die in mijn ogen vergelijkbaar is met die van het ‘gesprek’ met de kunstenaar, en verandert de verschijningsvorm van het kunstwerk van die van het interferentiepatroon van een golf naar die van een patroon van deeltjes. Het kunstwerk gaat zich door het begrip dat wij ons ervan vormen gedragen naar de enig mogelijke logische vorm. 

Losse invallen:

Creatie en analyse sluiten elkaar uit en tegelijk vullen ze elkaar nolens volens aan.

 

Theo Jennissen

Zelfstandig fotograaf en kunstenaar