THEO JENNISSEN FOTOGRAFIE

Führer der Fünfziger

“Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog raakte hij in de ban van het nationaalsocialisme. Hij meldde zich vrijwillig voor de Duitse Arbeitseinsatz en werkte in 1943-1944 in een Duitse springstoffabriek waar experimenten met de vliegende bom V1 werden uitgevoerd. (Hazeu over Lucebert)

Bij een poging tot analyse van de situatie rondom de herziene verhouding van de lezer / toeschouwer tot het werk van  Lucebert, de ‘Führer der Fünfziger’, belandde ik bij

Céline, Pyke Koch , Willem Aantjes, Maurice Chevallier, ook van de cineast / toneelregisseur Ingmar Bergman wordt gefluisterd dat hij Adolf Hitler erg bewonderde in zijn jeugd.

In ‘Le chagrin et le pitié’ doet Marcel Ophüls een boekje open over de Franse collaboratie met Duitsland tijdens het Vichy regime.

Na de oorlog schrijft Hannah Arendt (nav het Eichmann-proces) in ‘Die Banalität des Bösen’ over de wijze waarop het Nazisme in de Tweede Wereldoorlog  juist werd vormgegeven door de brave meewerkende burgers in samenwerking met het demonische.

Adolf Eichmann, der Leiter für die Vertreibung und Deportation der Juden im Reichssicherheitshauptamt, sei ein „Hanswurst“, „schier gedankenlos“, „realitätsfern“ und ohne Fantasie, dem man „beim besten Willen keine teuflisch-dämonische Tiefe abgewinnen“ könne. “ ( http://www.nwerle.at/WS11_B/banal.pdf )

In dat kader bijvoorbeeld waren de Nederlandsche Spoorwegen bijzonder coöperatief bij het vervoer van joden tijdens WO2.

In  haar film ’Triumf des Willens  geeft Leni Riefenstahl het ‘Böse’ precies zo vorm dat je daar onherroepelijk bij wil horen. De montage heeft ze uiteraard afgekeken van Eisenstein. Waar Eisenstein in  Pantserkruiser Potemkin’ de montage gebruikt als aanklacht tegen het geweld van de staat, gebruikt Riefenstahl in’Triumf des Willens’ de montage als middel om ons te ‘locken zu dem schönen Krieg’.

Nun aber kommt einen Brief von Peter über das Netz  zu mir herangewäht. Een artikel in de Volkskrant van 14 februari 2018, getiteld ‘Val niet in de handen van curator met eigen agenda’ waarin het raffinement van de geperverteerde verhoudingen in de kunstwereld die ik het beste kan omschrijven met de woorden ‘Die Banalität des Schönen’ wordt uiteengezet door Kate Sinha. Wat is er aan de hand?  Jaah, dat zeg ik niet! Ik bedoel: Kunst is iets dat je niet kunt eten terwijl het wel door je strot wordt geduwd als mooi, verantwoord, tot nadenken stemmend, authentiek, ontegenzeglijk verrassend, uitstijgend boven de waan van de dag en nog zo wat dingen…  Subliem! Tegelijkertijd kleven er commerciële belangen aan deze etikettering, waardoor de ‘Triumf des Schönen” via de achterdeur wordt binnengeloodst door de poorten van de hel … in de waan van de dag.  Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate  (Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt). 

Wat nu?… Jaaah, dat zeg ik niet! Ken je niet lezuh?? 

Theo Jennissen

Zelfstandig fotograaf en kunstenaar